Selecteer een pagina

Doe het zelf 1 – Het ‘kleine ik’ en het Zelf

Tijdens de zwangerschap en na je geboorte wordt je dus beïnvloed door ouders, familie en omgeving (en later ook door vriendjes en vriendinnetjes, school, opleiding, werk en partners). Al die invloeden zijn bouwstenen en vormen jou en daaraan valt niet te ontkomen. Maar … uiteindelijk is er natuurlijk maar één die die invloeden toelaat of niet en dat ben jij zelf.

Wat betreft de invloeden tijdens zwangerschap en de onbewuste periode als baby, daar valt in eerste instantie niet veel direct tegen te doen (het kan wel in tweede instantie maar dat wordt hier niet behandeld) maar dat is ook niet de bedoeling. Zodra het bewustzijn intreedt en het ‘ik’ zich manifesteert, dan kun je ook zelf bewust invloed gaan uitoefenen door het wel of niet toe te laten. Je weigert wel of niet en zegt ‘ja’ of ‘nee’.

Dit onbewuste deel van jouzelf trekt gebeurtenissen aan op basis van jouw voorgenomen leerpad. Je begrijpt dat hiermee ook wordt gesteld dat er een bewuste voorfase is aan de geboorte. In die bewuste voorfase bepaal je wat je wilt ervaren en leren op Aarde. Dat dient als een blauwdruk van je ervaringen en legt de basis van de rest van je leven. Vind je dit te ver gaan, neem dan gewoon aan dat tijdens de eerste onbewuste levensfase er een basis wordt gelegd voor de rest van jouw leven.

Hierna volgen een aantal oefeningen die je kunt doen om meer inzicht te krijgen waarmee jij je hebt geïdentificeerd. Gebruik een schrijfboekje daarbij. Noteer daarin alle relevante informatie. Hou ook af en toe wat witruimte vrij om aanvullingen te noteren. Je kunt ook relevante foto’s of plaatjes inplakken.

Oefening 1: Bekijk voor jezelf eens welke ervaringen jij hebt aangetrokken in de eerste levensfase waarin er nog niet sprake is van een zelf gevormde ik. Hoewel je je van deze eerste levensfase waarschijnlijk geen bewuste herinneringen zult hebben, heb je vaak wel informatie gekregen van je ouders, oudere broers en/of zussen, ooms en tantes, buren etc. Noteer deze ervaringen.

Oefening 2: Tegenwoordig worden er veel foto’s gemaakt en filmpjes. Daar kun je ook het een en ander aan ontlenen, bijv door er naar te vragen aan de hand van wat je ziet. Bekijk eens wat foto’s en/of filmpjes van jouzelf uit de eerste 2 à 3 jaar, wat voor gevoel komt er naar boven. Noteer dit. Informeer ook eens bij bekenden die jou als baby hebben meegemaakt, hoe je toen was, wat je hebt meegemaakt etc. Noteer dit ook. 

Oefening 3: Ben je intuïtief ingesteld, dan kun je ook rustig ontspannen gaan zitten, je ogen sluiten en aan je onderbewuste vragen beelden, gevoelens en ervaringen vrij te geven uit die eerste periode als baby. Eventueel refereer je naar gevoelens die je kreeg bij het bekijken van de foto’s in oefening 2. Noteer de beelden en gevoelens die je intuïtief ontvangt. 

 

Het meer onbewuste deel bevat de voorgenomen wensen van het ‘Zelf’ en dient als platform voor het andere meer bewuste deel. Deze eerste onbewuste periode vormt het speelveld van de ‘IK’ om ervaringen op te doen en te leren. Het ‘Zelf’ en ‘IK’ kun je beschouwen als het Hogere Zelf. Het ‘kleine ik’ of ego is de voetballer die op dat speelveld de bal mag spelen. Dit is zo voor de rest van je leven. Maar … die rest is wel opgedeeld in meerdere levensfasen met elk een eigen karakter.

De eerste levensfase van dit bewuste deel (eigenlijk dus de tweede levensfase) is de fase van het dienen. In deze levensfase krijgt het kind namelijk voorbeelden aangereikt van ouders, familie en leerkrachten op school. En daarnaast ook nog van broers en zussen, vriendjes, vriendinnetjes, en allerlei andere mensen in de nabijheid.

In de volgende oefeningen kun je ervaren welke invloeden dit zijn geweest en wat dit voor jou heeft betekent.

Oefening 4: Het bewuste deel zal beter toegankelijk zijn voor jou. Zodra de kleine ‘ik’ zich begint te manifesteren, zijn de herinneringen bewuster en makkelijker terug te halen. De periode van ongeveer 3 tot 7 jaar is de tweede fase. In deze fase leg je de basis voor jouw sociale vaardigheden. Bekijk eens welke herinneringen jij hebt aan deze periode. Schrijf deze op.

Oefening 5: Ook kunnen er filmpjes en foto’s van deze fase zijn. Hier zul je zelf meer herinneringen aan hebben en veel meer boven krijgen als je ze bekijkt. Maar ook van deze periode kun je bij ouders, familie en vrienden navragen wat zij over jou kunnen herinneren. Schrijf dit allemaal op. Probeer het kort en krachtig op te schrijven.

Oefening 6: Ook nu weer kun je een intuïtieve oefening doen door over deze levensfase informatie en beelden op te vragen aan de hand van wat je tot nu toe aan informatie van naasten hebt verkregen. Welke invloeden herken je uit deze periode? Deze invloeden hebben jou gevormd op het gebied van bereidheid om iets voor een ander te doen. Ook of je kunt en wilt luisteren naar een ander is in deze levensfase gevormd. 

Oefening 7: Tenslotte is het belangrijk te bekijken welke inzichten je kunt bovenhalen betreffende deze periode. Deze fase gaat vooraf aan de volgende en zal dus medebepalend zijn voor wat er na komt. Noteer de inzichten die je voelt en ziet.

 

Al de eerder genoemde invloeden kleuren jouw beleving en kijk op het leven en dat vormt de zgn. ‘bril’ die ieder mens heeft. Dat betekent zoiets als dat ieder mens wel in dezelfde wereld rondloopt (op Aarde) maar dat ieder mens die wereld anders beleeft! En de bewuste ‘ik’ van mensen, is het resultaat van al die invloed die jij hebt toegestaan en waarmee jij jezelf hebt vereenzelvigd. Jij bent dus niet dat ‘ik’ maar je hebt hem zelf gevormd en je daarmee geïdentificeerd!

Die vorming vindt plaats in de eerste vier levensfasen waarvan je er nu twee hebt leren kennen. De vorming is dan ten einde zo rond je 21e levensjaar. Na deze vorming zijn er nog vier levensfasen die te maken hebben met de uitvoering.

 

Terug naar pag 1 – het ‘kleine ik’ en het Zelf

Share This