Selecteer een pagina

Doe het zelf 2 – Het Programma als Filter

Jouw ‘echte’ wensen en verlangens (actief in het onbewuste) zijn dus innerlijk gevormd door jouw echte ‘IK’, het ‘Zelf’ en willen zich manifesteren in het leven maar worden door het ‘kleine ik’ gefilterd. Daardoor komt heel veel niet of misvormd naar buiten omdat het door het ‘gevormde kleine ik’ wel of niet wordt goedgekeurd en toegestaan. Goedkeuring volgt namelijk alleen op dat wat in dat kleine ik als ‘gewenst of ongewenst’ in het programma aanwezig is. Het is opgebouwd door bouwstenen die geleverd zijn door alle invloeden. Dat programma vormt in wezen ‘je mening’.

Je hoeft hier niet van te schrikken want zo is het bedoeld. Door dit programma (wat jij ervaart als jouw mening over iets) ontstaan ervaringen en daarvan kun je leren. En dat is nu eenmaal de bedoeling. En door wat je leert, kun je je mening veranderen en daarmee verandert ook je programma. Als je iets meer over jouw programma te weten wilt komen, kun je de volgende oefening doen.

Oefening 1: Let eens op in het dagelijkse leven tijdens gesprekken of wanneer je de krant of iets dergelijks leest of televisie kijkt, wat jouw mening daarover is (resp. onderwerp, artikel of tv-programma). Zodra je bij jezelf bemerkt dat je er een mening over hebt, probeer dan ook eens (bijv naderhand) te onderzoeken waarom jouw mening zó is en niet anders. Waar komt die vandaan? Waardoor is die zo gevormd? Kijk eens of je kunt achterhalen hoe jouw mening over dat onderwerp is ontstaan en welke bouwstenen daaraan hebben bijgedragen. Noteer dit weer in jouw schrijfboekje.

Oefening 2: Heb je zo een of meerdere meningen gevonden, dan kun je kijken of je het achterliggend programma helder kunt krijgen. Je hebt misschien ontdekt dat een bepaalde mening vanuit de opvoeding komt omdat een van je ouders ooit iets gezegd heeft. Als je dat nader bekijkt, blijkt misschien dat het een willekeurige opmerking was en niet diep doordacht. Als jij de leeftijd had dat je dat onderscheid nog niet kon maken, dan is het wellicht een bouwsteen die je onbewust hebt toegevoegd maar die geen enkele bijdrage levert aan jouw geluk. Wel, of het zo is gegaan weet ik niet. Het is een mogelijkheid en hier bedoeld als voorbeeld. Kijk maar eens of je zo een paar bouwstenen kunt vinden en of jij daardoor meer inzicht kunt krijgen hoe het bij jou werkt of heeft gewerkt. Maak ook hiervan notities in je schrijfboekje.

 

Het kleine ik van de mens is dus geen zelfstandig wezen maar een programma. Het eigenlijke zelfstandige wezen is het innerlijke Zelf dat wel boodschappen, signalen etc. afgeeft maar waarvan het wel door het filter heen moet. En hoe dikker en gekleurder het filter, hoe moeilijker dat gaat omdat het bijv vertekend wordt. Dat jij je ‘kleine ik’ als iets levends en eigen ervaart, jouw identiteit dus, komt omdat je het zelf van energie voorziet dmv jouw wil. Daardoor ervaar jij het ‘gevormde ik’ als jouw levende zelf. In deze twee zinnen wordt al duidelijk dat jij die ervaart en het ‘kleine ik’ niet dezelfde zijn. Daarover verderop meer.

Oefening 3: Om jouw diepere ‘echte’ wensen duidelijk te krijgen, kun je eerst kijken of jij je bewust bent van een dieper Zelf. Die eigenlijke IK geeft boodschappen bijv in de vorm van dromen. Onthou jij je dromen? Zijn er bepaalde dromen die vaker terugkomen? Zijn er bepaalde onderwerpen die in jouw dromen terugkomen? Ook stuurt het diepere IK signalen naar de oppervlakte. Ben jij je er bewust van dat bepaalde signalen aandacht vragen voor iets? Zo ja, wat voor signalen dringen er tot je bewustzijn door? Wat lijken ze jou te willen zeggen? Signalen kunnen bijv in de vorm komen van iets dat je leest, jouw raakt en een bepaald gevoel losmaken. Of iemand zegt iets dat een diepe indruk bij jou achterlaat. Of je komt telkens een bepaald woord tegen of een getal. Noteer in je schrijfboekje de boodschappen en signalen die jij de laatste tijd hebt gekregen.

Zo creëer je dus zelf een identiteit die in de loop van je leven wordt bijgewerkt door de ervaringen die je opdoet (op het speelveld met de bal) en lessen die je daaruit leert. Dat is de groei die je als mens kunt doormaken. Maar … het blijft een creatie, een werktuig als het ware, en is niet jouw ‘werkelijke Zelf’. 

Oefening 4: Om het verschil te ervaren tussen het diepere Zelf en de ‘kleine ik’, kun je jezelf de vraag stellen: “Wie kijkt er nu naar mijzelf?” Wat is ‘mijzelf’ dan en wie is het die kijkt en vraagt? Als je de vraag stelt: “Wie ben ik?” is er blijkbaar iets of iemand die die vraag kan stellen over zichzelf. Sluit dan je ogen en adem rustig en ontspannen. Zodra je heel ontspannen bent, stel je opnieuw deze vraag: “Wie ben ik?” Beantwoord de vraag dan niet met je hoofd in de vorm van: aardig, vriendelijk en altijd lachen met mij, maar voel je identiteit. Kijk eens of je bewust kan voelen wie je bent. En als dit lukt, kijk dan rustig wat er gebeurt en of je dit gevoel herkent … ergens …
Het zou zomaar kunnen zijn dat je iets voelt dat van veel dieper komt dan je gewoonlijk ervaart. Dat zou heel goed je diepere Zelf kunnen zijn die zich kenbaar maakt. Noteer je ervaringen in je schrijfboekje. 

 

Zolang jij een zekere tevredenheid ervaart met wat deze ‘kleine ik’ jou toestaat, zul je geen prikkel (willen) voelen om dit te veranderen. Het blijft dus zoals het is. “Alles blijft bij het oude”. In zekere zin is hier niets mis mee want jouw ervaringen zullen je voedsel leveren die jou als mens zullen bouwen. En als je voor zo’n status kiest, kan dat een bepaalde vorm van zekerheid opleveren. Ervaar je geen innerlijke prikkel, dan past dat op dat moment waarschijnlijk bij jouw leven. Maar wanneer je altijd ‘alles bij het oude laat’, groei je niet of nauwelijks meer als mens, je staat in wezen stil. Dan leef je in zekere zin meer onbewust en dat kun je vergelijken met een plant of dier. In dit meer ‘vegetatieve’ bestaan, draai je mee in de tredmolen die de maatschappij je biedt en voeg je niet echt iets ‘eigens’ toe aan het bestaan. Dan is het wachten op het moment dat je niet langer tevreden bent met dit ‘vegetatieve’ bestaan. Want zodra het diepere Zelf een stap wil maken, begint er onrust te groeien in jouzelf. Dat is een signaal! En die onrust zorgt ervoor dat je vragen gaat stellen.

Oefening 5: Bekijk eens rustig hoe het met jouw leven is gesteld. Ben jij een mens die al heel lang hetzelfde leeft? Of verander je regelmatig iets in jouw levensstijl? En waar wordt die verandering door veroorzaakt? Of ben jij iemand die slecht kan stil zitten en continu aan het veranderen is. Wat voor prikkels zijn dat? Of ben je bijv een ‘nomade’ die geen vaste woonplaats kan verdragen? Stel je zelf eens wat van dit soort vragen en bekijk de antwoorden die jij jezelf geeft ook eens goed. Wat vertellen die antwoorden jou? Of draai je er een beetje omheen? Wees eerlijk met jezelf. Er is niemand die jouw antwoorden gaat keuren. Ze zijn voor jou. Noteer jouw vragen en antwoorden in je schrijfboekje. 

 

Terug naar pag 2 – Het Programma als Filter

Share This